Björn ’t Hart heeft aangetoond, dat je door emotionele taal emotioneel wordt. Dit deed hij door de spier-spanning boven de wenkbrauwen te meten bij negatieve woorden en positieve woorden. Bij negatieve woorden zoals ‘boos’ span je die spier en ga je een beetje fronsen. emotie-overname kleinBij positieve woorden, bijvoorbeeld ‘blij’ ontspan je die spier. Zie het artikel ‘Gemengde gevoelens’ in ‘Onze taal’ 2/3 2018; blz. 33.

Als je een woord leest of hoort, dat een emotie uitdrukt, dan neem je die emotie een klein beetje over. Herinneringen en belevenissen die voor jou bij het woord horen, worden aangeraakt. Je reactie komt door een soort van herbeleving.

Ook omgekeerd
Naar mijn idee gebeurt het omgekeerde ook. Als je emotioneel bent, kies je om je zelf uit te drukken als vanzelf krachtigere woorden in de richting van je emotie. Ben je boos over iemands gedrag, dan kies je waarschijnlijk krachtigere (ver)oordelende woorden over dat gedrag, dan wanneer je er niet boos door wordt. Ben je blij, dan vergoelijk je misschien zelfs wel het gedrag met je milde woordkeus erover.
Praat je in emotionele woorden tegen jezelf (in je hoofd), dan versterk je waarschijnlijk je emotie. Iets, waar je doorgaans niet op let, maar wat wel de moeite waard is om bij stil te staan. Vooral als je emoties negatief zijn. Je praat jezelf er dan dieper in, i.p.v. eruit.

Je neemt je ‘gesprekspartner’ mee
Door je woordkeus roep je bij je lezer of luisteraar een emotie op, die lijkt op die van jou. Je loopt dus het risico, dat je elkaar in je emotionele staat over en weer gaat versterken. In conflict-situaties lijkt me dit niet handig; ook niet als je al diep in de put zit.
In veel communicatie-cursussen leer je, dat je met je opmerking bij jezelf moet blijven. Je zegt niet: “Jij maakt me boos met jouw gedrag.” Maar: “Ik erger me aan jouw gedrag en dat maakt me boos.” Je valt daardoor je gesprekspartner niet aan, maar je roept nog steeds dezelfde emoties op, die je zelf hebt: je ergeren en boos-heid. Dat wil je eigenlijk niet, want het maakt het lastiger om weer tot een ontspannen sfeer te komen, als je gesprekspartner ook die emoties gaat voelen.

Andere uitingen
Een mogelijke oplossing is je aanleren om je anders te uiten door een woordkeus waarin je positieve woorden gebruikt. Dit heeft misschien iets semi-komisch, maar het voorkomt, dat je de ander meeneemt in jouw emotie.
Om te zien hoe je dit doet, ga ik terug naar het voorbeeld hierboven. Je bent boos over iemands gedrag. Je wilt dit aankaarten, maar de ander niet meenemen in je emotionele staat, die dat gedrag in je heeft opgeroepen. Een mogelijkheid is om te zeggen: “Jouw gedrag voelt voor mij minder prettig. Ik word er echt veel minder blij van.”

Ik vermoed dat je boodschap minder door komt, doordat je je naar de geldende normen zwak uitdrukt. Aan de andere kant, neem je je ‘gesprekspartner’ niet mee in jouw emoties, want je gebruikt woorden, die met positieve emoties zijn verbonden: ‘prettig’ en ‘blij’. Je hebt hierdoor de kans, dat je ‘gesprekspartner’ in een positievere emotionele staat blijft of komt.

Ik vraag me af
Komt je boodschap dan nog voldoende over? Zelf heb ik het gevoel, dat dit niet zo is. Heeft iemand hier ervaringen mee?